Over VanBastisch

Van Basten is zonder enige discussie de beste,
de grootste, de meest begaafde. Zijn wat
afstandelijke, eigenzinnige karakter ontgaat
ons volledig, thuis voor de televisie. Van Basten
juicht mooi. Lacht mooi. Voetbalt nog veel mooier."
(Sjoerd Mossou in Santos, 14 december 2017).

Mooie reizen voor een eerlijke prijs

VanBastisch zag in 2018 het levenslicht. De naam van het vorige bedrijf, FUNtoernooien.nl, dekte niet langer de lading van de activiteiten die ontplooid werden. VanBastisch organiseert namelijk niet alleen toernooien (of ondersteunt en/of faciliteert deze); ook worden er (voetbal)quizavonden georganiseerd en is het samenstellen van voetbalreizen in de vorm van zogenaamde voetbalstedentrips inmiddels de belangrijkste bezigheid geworden. Ga vooral op onderzoek uit op deze website als je op zoek bent naar een dergelijk snoepreisje: de mogelijkheden zijn bijna letterlijk onbegrensd! Ons doel: het aanbieden van mooie reizen voor een eerlijke prijs; van voetballiefhebbers voor voetballiefhebbers. Neem contact met ons op, maak je wensen kenbaar en wij bezorgen je die VanBastische ervaring; misschien wel net zo mooi als die goal van 'San Marco' tegen FC Den Bosch in 1986... Wij gaan in ieder geval ons stinkende best doen!


Namens VanBastisch,
Roald Berkers (eigenaar).

Partners van VanBastisch:
Always Football - www.alwaysfootball.com
Complete Voetbalreis.nl - www.completevoetbalreis.nl
Equipo Voetbalreizen - www.equipovoetbalreizen.com
Eurotravel Sports - www.eurotravelsports.nl
Football Ticket Pad - www.ticketpad.nl
Go Sport Travel - www.gosporttravel.com/en
Groundhopticket.nl - www.groundhopticket.nl
Number1 Voetbalreizen - www.number1-voetbalreizen.nl
Sparenti - www.sparenti.nl
Voetbalreizen.com - www.voetbalreizen.com
VoetbalreizenXL - www.voetbalreizenxl.nl
Voetbalsensatie - www.voetbalsensatie.nl
Voetbal Ticket Shop.com - www.voetbalticketshop.com
Voetbal Ticket Xpert - www.voetbalticketxpert.nl
Voetbal Travel - www.voetbaltravel.nl
Voetbaltrips.com - www.voetbaltrips.com


w w w . v a n b a s t i s c h . n l

Marco van Basten

Marcel (Marco) van Basten werd op 31 oktober 1964 geboren in Utrecht. Van Basten, drievoudig Europees voetballer van het Jaar en tweevoudig Wereldvoetballer van het Jaar, wordt wereldwijd erkend als een van de beste voetballers aller tijden. De voormalige aanvaller werd geroemd om zijn balvastheid, techniek, tactische klasse en manier van afronding. Hij maakte tijdens zijn actieve carrière als speler vooral furore bij Ajax en AC Milan. In Amsterdamse dienst won de spits onder meer drie landstitels en de Europacup II. In 1987 nam hij afscheid van het Nederlandse publiek en zette hij zijn loopbaan voort in Italië bij AC Milan. Daar speelde hij een rol bij het behalen van enkele grote prijzen, waaronder twee keer de Europacup I, twee wereldbekers en twee keer de UEFA Super Cup. 

In 1988 wist Van Basten met het Nederlands elftal Europees kampioen te worden in West-Duitsland. De treffer die Van Basten maakte in de finale tegen de Sovjet-Unie wordt door voetbalfans nog steeds gezien als een van de meest memorabele doelpunten ooit.

Op 17 augustus 1995 nam Van Basten op 30-jarige leeftijd vroegtijdig afscheid van het profvoetbal wegens een ernstige enkelblessure. Op dat moment was hij al bijna twee en een half jaar niet meer aan spelen toegekomen, sinds zijn laatste duel tegen Olympique Marseille in de finale om de Champions League.

Na zijn afscheid liet Van Basten het voetbal links liggen en focuste hij zich met name op golf. Tot hij in 2003 aan de slag ging met de trainerscursus bij de KNVB. Na afronding daarvan trad hij in dienst bij Ajax als trainer van de beloften. Een jaar later werd hij echter door de KNVB gevraagd om bondscoach te worden van het Nederlands elftal als opvolger van Dick Advocaat. Deze functie vervulde hij tot en met het EK voetbal in 2008. Na het Europese kampioenschap keerde hij in de zomer terug bij Ajax als trainer van het eerste elftal. Dit bleef hij tot en met 6 mei 2009, waarna hij ontslag nam vanwege teleurstellende resultaten.

Privéleven

Van Basten werd op 31 oktober 1964 om drie uur ’s middags geboren in de Surinamestraat te Utrecht. Hij groeide op in de wijk Oog in Al als jongste van drie kinderen met zijn zus Carla en broer Stanley. Omdat zijn oma van moederskant moeite had met het uitspreken van de naam Marcel werd dit al spoedig na zijn geboorte Marco. Juist zijn oudere broer Stanley was vernoemd naar de beroemde voetballer Stanley Matthews, maar Marco bleek degene te zijn met het talent voor deze sport in de familie. Hierdoor werd hij de favoriet van zijn vader, Joop van Basten (1930–2014), die zelf profspeler bij DOS en HVC was. Deze sloeg, tot grote ergernis van diens vrouw Leny die dat oneerlijk vond, de wedstrijden van Stanley vaak over, maar miste geen enkele wedstrijd van Marco. Van Basten bracht zijn lagereschooltijd door op de St. Dominicusschool en behaalde daarna zijn HAVO-diploma aan het Niels Stensen College in Utrecht. Naast voetballen speelde Van Basten in zijn jeugd ook tafeltennis, deed hij aan schoonspringen en speelde hij piano. Toch domineerde voetbal zijn leven.

Door klasgenoten werd hij omschreven als een jongen met een uitzonderlijk voetbaltalent. Dagelijks werd er gevoetbald op het nabijgelegen Herderplein en het veldje aan de Cervanteslaan, dat jaren later tot 'Sportpark Marco van Basten' werd omgedoopt.
Het karakter van Van Basten werd sterk beïnvloed door een paar traumatische gebeurtenissen in zijn leven. Op jonge leeftijd zag hij zijn vriendje Jopie in Maarssen door het ijs zakken. Hij deed er van alles aan om hem te helpen, maar de hulp kwam te laat en hij zag Jopie voor zijn ogen verdrinken. Van Basten heeft hier nooit met iemand over willen praten. Daarnaast werd zijn moeder op 16 oktober 1985 getroffen door een herseninfarct, toen hij een WK-kwalificatiewedstrijd tegen België afwerkte. Leny werd opgenomen in het ziekenhuis, waar ze twee weken later ook nog een hartinfarct kreeg. Het had tot gevolg dat vanaf dat moment haar geheugen niet meer functioneerde, waardoor ze van de verdere carrière van haar zoon niets meer heeft kunnen vernemen. Joop van Basten heeft

 sindsdien de dagelijkse persoonlijke zorg voor zijn vrouw op zich genomen. Van Basten werd behoorlijk aangegrepen door de toestand van zijn moeder en besloot na deze gebeurtenis het ouderlijk huis te verlaten. In het openbaar sprak hij nooit over de situatie maar zijn houding tegenover de buitenwereld veranderde. De spits was tegenover de media nooit erg open geweest maar deze gebeurtenis maakte hem nog afstandelijker en zakelijker. Over voetbal wilde hij best praten, maar de rest bleef privé. Na zijn vertrek besloot hij te gaan samenwonen met zijn vriendin Liesbeth van Capelleveen. Hun relatie liep niet altijd even voorspoedig en kende in 1990 zelfs een korte onderbreking. Het kwam echter weer goed en op 21 juni 1993 besloten ze elkaar bij Kasteel de Haar in Haarzuilens het jawoord te geven. Ze hadden op dat moment samen al twee dochters en later kwam daar nog een zoon bij. Gezamenlijk woonden zij lange tijd in Badhoevedorp, maar toen Van Basten in 2008 hoofdtrainer werd bij Ajax besloten zij naar Amsterdam te verhuizen.

Clubcarrière - Jeugd

EDO en UVV
Van Basten begon in 1970 met voetballen bij de plaatselijke amateurclub EDO. Daar bleek dat de jonge pupil ver boven de middelmaat uitstak. Na een jaar verhuisde hij daarom naar het professionelere UVV. Dagelijks werd hij bijgestaan door vader Joop, die zijn doen en laten in dienst had gesteld van zijn amper zeven jaar oude zoon. Joop van Basten was echter geen voetbalvader die zijn zoon kritiekloos benaderde en de hemel in prees; hij wees hem telkens op zijn tekortkomingen en was zeer kritisch. Joop van Basten had zelf op het hoogste niveau gespeeld als verdediger en was na zijn actieve carrière aan de slag gegaan als jeugdtrainer bij diverse Utrechtse amateurclubs. Hij was overtuigd van de capaciteiten van zijn zoon en liet hem dat regelmatig merken: "Met jouw kwaliteiten moet je veel beter kunnen". De jeugdige Van Basten ontwikkelde zich stormachtig, maar kreeg op zijn vijftiende last van serieuze lichamelijke ongemakken. Vooral zijn liezen speelden hem parten, waarna contact werd gezocht met orthopedisch chirurg Rein Strikwerda. Strikwerda was clubarts bij FC Utrecht en gold als een autoriteit op zijn vakgebied. De arts kwam tot de conclusie dat de stand van Van Basten enkels 'niet optimaal' was en adviseerde hem te stoppen met voetballen op het hoogste niveau; vaker dan twee keer per week trainen was in zijn ogen niet mogelijk. Bij een hogere intensiteit zou hij over enkele jaren in een rolstoel belanden. Toch besloten Joop en Marco er nog geen punt achter te zetten. Het voetballen werd vooralsnog driekwart jaar uitgesteld.

Elinkwijk en Ajax
In de zomer van 1979 werd het advies van Strikwerda definitief door Joop van Basten in de wind geslagen met het besluit Marco te verhuizen naar USV Elinkwijk. Elinkwijk was de grootste amateurclub van Utrecht en naar de mening van Van Basten senior zou zijn zoon hier betere trainers tegenkomen en meer weerstand ondervinden van zijn tegenstanders. De spits bereikte bij Elinkwijk al snel de grenzen van wat op amateurniveau mogelijk was. Aad de Mos, jeugdtrainer bij Ajax in het seizoen 1980/81 en interim-hoofdtrainer bij Ajax van maart 1981 tot en met juni 1981, kreeg hoogte van het talent uit Utrecht en deed hem een aanbieding. Marco van Basten had hier wel oren naar maar hij genoot ook de interesse van FC Utrecht. Uiteindelijk besloot hij voor de club uit Amsterdam te kiezen, waarover Marco later zou zeggen: "Als het mis zou gaan bij Ajax, kon ik altijd nog terug naar Utrecht. Omgekeerd was dat onmogelijk". Van Basten tekende een jeugdcontract dat hem vanaf 1 juli 1981 aan de club zou binden in ruil voor een maandelijkse vergoeding van 500 gulden. Leeftijdsgenoten als Edwin Godee en Gerald Vanenburg, die dat seizoen ook een nieuw contract tekenden bij Ajax, verdienden al veel meer. Zij ontvingen respectievelijk 12.000 en 25.000 gulden per jaar, maar waren al verder in hun ontwikkeling. Utrechter Vanenburg maakte deel uit van het eerste elftal van Ajax, en Godee werd in het tweede elftal geplaatst. Van Basten mocht zich gaan bewijzen in de A1, waar een zakelijke cultuur heerste en de hiërarchie werd bepaald op basis van prestaties op het veld. Van Basten wist hier goed mee om te gaan en ontwikkelde zich tot een technische spits van wie in de toekomst veel werd verwacht.

Clubcarrière - Ajax

1981/82
Op 3 april 1982 mocht Van Basten als zeventienjarige zijn debuut maken voor de Amsterdammers in de competitiewedstrijd tegen N.E.C.. Op dat moment had hij nog maar vijf duels voor Ajax 2 gespeeld en was de spits nog slechts een A-junior. Van Basten kwam als invaller binnen de lijnen en verving Johan Cruijff, de man die hem de komende jaren bij de hand zou nemen. Zijn debuut luisterde hij op met een treffer (5-0), waardoor Van Basten destijds de op 1 na jongst scorende speler van Ajax en de op 1 na jongste debutant werd (de jongste was Gerald Vanenburg, 17 jaren en 1 maand jong, debuut 5 april 1981, 1e 2 goals: 10 mei 1981). Toch bleef het zijn enige optreden in het seizoen 1981/82.

1982/83
In het seizoen 1982/83 nam Cruijff nadrukkelijk de rol van voetbalvader over van Van Basten senior. Cruijff zorgde ervoor dat Van Basten zich verder ontwikkelde door hem alerter, gemener, scherper en harder te maken. Tevens had Cruijff zelf ervaring als diepe spits, waardoor hij Van Basten aanwijzingen kon geven die het verschil in een wedstrijd zouden kunnen maken. Dat Cruijff niet veel verschilde van Joop van Basten, bleek wel uit de kritische benadering van de voormalige nummer 14. Dit kwam mede omdat Van Basten over meer talent beschikte dan teamgenoten als John van 't Schip, Wim Kieft of Frank Rijkaard. De aanwijzingen van Cruijff lagen overigens niet allemaal op het technische of tactische vlak; Cruijff leerde de jongeling ook om te overleven in de voetbalwereld. Hij maakte hem zelfbewust en zelfverzekerd, bijna op het arrogante af. Want 'stel je je kwetsbaar op, dan word je gekwetst', aldus Cruijff. Dit alles vatte hij samen onder de noemer ‘stressbestendig maken’. Van Basten maakte tijdens het seizoen vaker zijn opwachting en verscheen twintigmaal binnen de lijnen. Mede dankzij zijn negen doelpunten prolongeerde Ajax de titel en won het tevens de KNVB beker.

1983/84
In de zomer van 1983 vertrokken er bij Ajax enkele dragende spelers, waaronder Søren Lerby, Piet Schrijvers, Wim Kieft en Leo van Veen. Ook Johan Cruijff wisselde van club na een aanvaring met Ajax-voorzitter Ton Harmsen. Deze 9 talenten binnen de groep, die 

meestal vaste keus zouden zijn, dienden vanaf dat moment het elftal te dragen: Sonny Silooy, Jan Mølby, Frank Rijkaard; Ronald Koeman; Gerald Vanenburg, Marco van Basten, Jesper Olsen, John van 't Schip en pinchhitter Johnny Bosman. Ook viel Stanley Menzo sporadisch in als vervanger voor eerste doelman Hans Galjé, en speelde Winston Haatrecht enkele wedstrijden in een zaalvoetbaltoernooi eind december 1983, in het KNVB beker-toernooi, en in de competitie. Mölby en Ronald Koeman wisselden weleens elkaars posities als libero en rechtermiddenvelder af. De gemiddelde leeftijd van de 22 contractspelers bedroeg bij het begin van het seizoen in juli 1983 21,3 jaar. Het seizoen 1983/84 betekende de doorbraak van Marco van Basten. Ondanks dat de spits de ziekte van Pfeiffer opliep, speelde Van Basten 26 wedstrijden waarin hij 28 maal het net wist te vinden. Met dat aantal werd hij voor de eerste maal topscorer van de Eredivisie. Het hoogtepunt dat seizoen was de 8-2-overwinning op aartsrivaal Feyenoord, met de overgestapte Johan Cruijff in de gelederen. Van Basten was tijdens het duel drie keer trefzeker geweest. Zijn oude leermeester had daar niets tegenover kunnen zetten. Toch bleken de doelpunten van de spits niet voldoende voor Ajax om het landskampioenschap te kunnen verdedigen. Cruijff haalde zijn sportieve revanche door zijn laatste seizoen als profvoetballer met de landstitel af te sluiten.

1984/85
In het seizoen 1984/85 werd Marco van Basten de gezichtsbepalende speler van de jonge groep Ajacieden. Hij speelde 33 duels voor de Amsterdammers en scoorde daarin 22 keer, waarmee hij zijn titel als topscorer prolongeerde. Op internationaal vlak wist Ajax echter geen potten te breken, tot grote ontevredenheid van Van Basten, die De Mos daarvoor verantwoordelijk maakte door te stellen dat er onder zijn leiding nooit iets gepresteerd zou worden buiten de landsgrenzen. Het startschot voor het aanstaande vertrek van De Mos was daarmee gegeven. Cruijff bleek hier echter ook een flinke vinger in de pap te hebben. De voormalige vedette lonkte naar het trainerschap bij Ajax en gebruikte Van Basten en Van ‘t Schip om zijn invloed binnen de club te vergroten. De twee vrienden kwamen regelmatig bij Cruijff over de vloer, waardoor medespelers hen gekscherend bestempelden als "FC Vinkeveen".

1985/86
Na het vertrek van trainer Aad de Mos lag de weg open voor de terugkeer van Johan Cruijff. Ajax bood Cruijff een contract aan en kwam op 6 juni 1985 een dienstverband met hem overeen als technisch directeur voor de duur van één jaar. Omdat Cruijff niet over de benodigde diploma’s beschikte, mocht hij bij de club niet als trainer aan de slag. Halverwege het seizoen verleende het bondsbestuur van de KNVB hem echter dispensatie, waardoor het de voormalige spits werd toegestaan om in de functie van technisch directeur Ajax te trainen. De komst van Cruijff was voor Van Basten een belangrijke reden om voor twee seizoenen bij te tekenen. Hij was opgebloeid onder de nieuwe trainer en kende in 1985/86 het meest succesvolle seizoen als clubvoetballer in Nederland. Met 37 doelpunten in 26 duels werd hij voor de derde keer op rij topscorer van de Eredivisie. Bovendien werd Van Basten met dat aantal Europees topscorer, waardoor hij de Gouden Schoen in ontvangst mocht nemen. Vooral in de duels tegen Heracles (vijf doelpunten) en Sparta (zes doelpunten) was de spits bijzonder trefzeker geweest. Overigens zijn Van Basten, Lammers, Kerkhoffs en Cruijff de enige spelers die zes keer wisten te scoren in één competitiewedstrijd. Alleen Afonso Alves vond in 2007 vaker het net (zeven keer). Het grote aantal doelpunten bleek echter niet genoeg te zijn voor prolongatie van de landstitel; ondanks 120 gescoorde goals en 35 tegengoals, moest Ajax genoegen nemen met de 2e plaats achter PSV, dat 8 punten meer had (52 tegen 60; 2 punten voor een zege). Wel werd aan het einde van het seizoen na drie jaar weer de KNVB beker veroverd.

1986/87
Ondanks het vertrek van sterspelers Gerald Vanenburg en Ronald Koeman naar rivaal PSV in Eindhoven, en een hersenbloeding op vakantie in Spanje van een andere sterspeler, Rob de Wit, wiens carrière hierdoor op 22- à 23-jarige leeftijd reeds werd beëindigd in de zomer van 1986, draaide Ajax een zeer succesvol seizoen. De start van het seizoen 1986/87 verliep niet geheel probleemloos. Van Basten kampte nog steeds met de naweeën van een enkelblessure, die hij in het vorige seizoen had opgelopen in een oefenduel tegen RCH. Het weerhield hem echter niet om op 9 november 1986 tegen FC Den Bosch een van de meest memorabele doelpunten uit zijn loopbaan te maken. Van Basten ontving de bal over grote afstand van Jan Wouters en schoot hem meteen middels een omhaal in de verre kruising achter doelman Jan van Grinsven. Het doelpunt eindigde in 2010 op de derde plaats van mooiste Ajax-goals aller tijden.

De pijnlijke enkel zou in de winterstop worden verholpen door een eenvoudige operatie, maar Van Basten kende op dat moment grotere problemen. Op 7 december 1986, een week voordat de operatie zou plaatsvinden, raakte hij zwaar geblesseerd. In het competitieduel tegen FC Groningen liep het tot grote frustratie bij Van Basten niet zoals hij graag wilde. De spits verloor de controle en uit irritatie maakte hij na twintig minuten spelen een harde en onnodige tackle op Edwin Olde Riekerink, waarbij zijn eigen rechterenkel het moest ontgelden. De geplande operatie op 15 december aan de linkerenkel in het Prinsengrachtziekenhuis ging door en verliep zonder problemen, maar de pijn aan de rechterenkel bleef. De wedstrijden in het voorjaar van 1987 kwamen daardoor veel te vroeg, besefte hij later zelf ook:

"Ik ben daar te jong in geweest. Veel te gretig. Ik wilde me etaleren. Ik wilde graag voetballen. Achteraf zeg ik van: God, in die periode met de knowhow en al de ellende die ik heb meegemaakt met mijn enkel, met de kennis die ik er nu over heb, had ik natuurlijk nooit moeten gaan voetballen."

Voor ieder duel werd de rechterenkel ingetapet en na het fluitsignaal moest de voet meteen in een bak met ijs. Cruijff was echter genadeloos en liet zijn spits zo veel mogelijk spelen. Het landskampioenschap had Ajax al vroeg verspeeld waardoor alle pijlen werden gericht op het winnen van de Europacup II. Voor de winterstop was er al afgerekend met Bursaspor en Olympiakos Piraeus en in maart 1987 was Malmö FF de volgende tegenstander. In Zweden werd er met 0-1 verloren, maar in eigen huis bleek Ajax te sterk door twee treffers van Van Basten en een van Winter. In de halve finales was het NoordOost-Spaanse Real Zaragoza de volgende tegenstander. Hoewel Van Basten daarin niet wist te scoren, steeg hij tijdens de duels boven zichzelf uit. Beide ontmoetingen werden gewonnen (2-3 uit in Zaragoza en 3-0 thuis in Amsterdam) waardoor Ajax de finale in Griekenland's hoofdstad Athene bereikte. Daarin bleek Van Basten beslissend, want door zijn rake kopbal versloegen de Amsterdammers op 13 mei 1987 Lokomotive Leipzig met 1-0. Het was de eerste grote prijs voor Johan Cruijff als trainer en voor een lichting spelers die op nationaal en internationaal niveau nog veel van zich zouden laten horen.

De goede prestaties in de Europacup leverden Van Basten in 1987 de Trofeo Bravo op, de prijs voor de beste Europese voetballer onder 23 jaar. In de vaderlandse competitie liet hij zich ook niet onbetuigd. Met 31 doelpunten werd Van Basten namelijk voor de vierde keer topscorer van de Eredivisie. Alleen Ruud Geels heeft vaker (vijf maal) deze eretitel mogen dragen. Tot slot drukte Van Basten nog zijn stempel op de finale van de KNVB beker. In de verlenging tegen FC Den Haag besliste hij met twee doelpunten het duel (2-4), waardoor een derde nationale beker aan zijn palmares werd toegevoegd. Het werd de laatste prijs die de spits met Ajax won, want een week voor de Europacup II-finale had hij een contract ondertekend bij AC Milan. Al een jaar eerder had Van Basten een voorcontract kunnen tekenen bij de Milanezen, maar hier besloot de spits destijds niet op in te gaan. Wel gaf hij de toezegging dat AC Milan de eerste gegadigde zou zijn. Van een contractverlenging bij Ajax kwam daardoor niets terecht. Van Bastens zaakwaarnemer Cor Coster zorgde er in maart 1987 voor dat het contract met Milan kon worden afgerond. Dit gebeurde allemaal in het diepste geheim, waardoor zelfs Joop van Basten niets wist van de op handen zijnde transfer. In het lopende contract met Ajax had Coster laten opnemen dat er slechts een afkoopsom van maximaal 1,7 miljoen gulden hoefde te worden betaald voor de diensten van Van Basten. Voor Milan-voorzitter Silvio Berlusconi was dit slechts een kleinigheid in vergelijking tot de afkoopsom van Ruud Gullit, die in maart 1987 ook de overstap naar Milan afrondde. Voor de middenvelder van PSV werd tien miljard lire op tafel gelegd, wat gelijkstond aan 17 miljoen gulden. Hij werd daarmee na Diego Maradona de duurste speler ter wereld. Op 8 juni 1987 speelde Van Basten uiteindelijk zijn laatste wedstrijd voor Ajax, die met 2-1 werd verloren van FC Twente.

Clubcarrière - AC Milan

AC Milan kende een dramatische periode voor de komst van Van Basten en Gullit. Sinds 1979 was er geen landskampioenschap meer gevierd en bovendien raakte de club in 1980 betrokken bij een grootschalig omkoopschandaal. Als gevolg daarvan speelde AC Milan twee seizoenen in de Serie B, waar het tot op dat moment nog nooit had geacteerd. Toen Silvio Berlusconi op 24 maart 1986 echter tot 21e clubvoorzitter werd verkozen, ging er een nieuwe wind waaien. Hij besloot de transfermarkt op te gaan en contracteerde spelers als Roberto Donadoni, Carlo Ancelotti, Giovanni Galli en Angelo Colombo. Samen met Paolo Maldini, Franco Baresi en Alessandro Costacurta die uit de eigen jeugdopleiding kwamen, kon er worden gebouwd aan een nieuw elftal dat weer voor prijzen moest gaan zorgen. Dit alles gebeurde onder leiding van de nieuwe coach Arrigo Sacchi, die Berlusconi in de zomer van 1987 van Parma AC had overgenomen. Sacchi was op dat moment een relatief onbekende coach met een on-Italiaanse liefde voor aanvallend voetbal. Zijn visie kenmerkte zich vooral in het onder druk zetten van de tegenstander, de tot dan toe weinig toegepaste manier van zoneverdediging en het willen spelen van totaalvoetbal. Sacchi bleek vooral onder de indruk te zijn van het spel dat Rinus Michels en Johan Cruijff in de jaren zeventig vertoonden:

"Dat team was een raadsel voor mij. De televisie was te klein, ik had het gevoel dat ik het hele veld moest kunnen zien om echt te begrijpen en ten volle te kunnen waarnemen wat ze deden."

Sacchi ging altijd uit van een 4-4-2 formatie. Voorin was een basisplaats weggelegd voor Gullit die zijn transfersom moest waarmaken. Naast hem was er nog één plek over voor Van Basten, maar Sacchi had ook nog de keuze uit Daniele Massaro en de regerend topscorer Pietro Paolo Virdis. De 22-jarige Van Basten kon zich gaan opmaken voor de destijds, volgens velen, sterkste clubcompetitie ter wereld.

1987/88
Van Basten maakte zijn debuut voor Milan op 13 september 1987 in de competitiewedstrijd tegen Pisa, net als Ruud Gullit, en wist meteen te scoren. Tien minuten voor het eindsignaal benutte hij een strafschop en bepaalde daarmee de eindstand op 3-1. Kort daarna werd hij vervangen door Pietro Paolo Virdis. Het was een voorspoedig begin, maar de rest van het seizoen kenmerkte zich vooral door aanhoudend blessureleed aan de rechterenkel. In december 1987 besloot hij zich daarom opnieuw te laten opereren door prof. dr. René Marti, dezelfde chirurg die in zijn Ajax-tijd ook zijn linkerenkel had behandeld. Er volgde een ingreep aan het rechtergewricht en de enkelbanden, waarbij er werd geconstateerd dat het kraakbeen was beschadigd. Marti kwam tot de conclusie dat er al eens iets met de enkel was gebeurd dat nooit was herkend, waarschijnlijk een flinke verzwikking in zijn jeugd. Als gevolg van de operatie stond Van Basten de helft van het seizoen langs de kant en speelde hij slechts elf wedstrijden waarin hij drie keer het net vond. De meeste tijd bracht hij door met revalideren. Daarbij liet Van Basten zich op 

aanraden van Gullit regelmatig behandelen door haptonoom Ted Troost die al vaker met hem had gewerkt. In maart 1988 sloot Van Basten vervolgens weer aan bij de spelersgroep in de strijd om de titel. Het seizoen werd een nek-aan-nek race tussen AC Milan met uitblinker Gullit en landskampioen Napoli met sterspeler Maradona. De strijd werd uiteindelijk beslist op 1 mei 1988 in het onderlinge duel tussen de twee titelkandidaten. Door twee doelpunten van Virdis en een treffer van invaller Van Basten werd het 3-2 in het voordeel van Milan. Twee weken later was een gelijkspel tegen Como voldoende voor de eerste landstitel in negen jaar tijd.

1988/89
In de zomer van 1988 kwam Frank Rijkaard over van Sporting Lissabon om de gelederen te versterken. Samen met Gullit en Van Basten zou hij het Nederlandse trio vormen dat de tweede bloeiperiode van de club inluidde. In de jaren vijftig was het Zweedse trio Gre-No-Li (Gren, Nordahl en Liedholm) hen voorgegaan. Zij wonnen in acht jaar tijd vier landstitels en brachten Milan daarmee naar de top van het Italiaanse voetbal. De verwachtingen bij de Milanese tifosi voor het seizoen 1988/89 waren hooggespannen, aangezien het Nederlandse trio na de zomerstop terugkeerde als de nieuwe Europees kampioen. Van Basten was de uitblinker van het EK voetbal geweest en verkozen tot beste speler. Daarnaast was hij met vijf doelpunten topscorer van het toernooi geworden. Het succes werd meteen voortgezet, want een week voorafgaand aan het nieuwe seizoen won Van Basten met AC Milan al zijn volgende prijs, de Supercoppa. Mede door een doelpunt van de spits wisten de Milanezen de eerste editie van de nieuw ingevoerde supercup met 3-1 te winnen van Sampdoria. De prestaties van Van Basten werden dat najaar beloond met de uitverkiezing tot Europees voetballer van het jaar. Hij bleef daarmee zijn ploeggenoten Gullit en Rijkaard voor, die respectievelijk op de tweede en derde plaats eindigden.

De behaalde landstitel van het vorige seizoen betekende dat Milan na negen jaar ook weer mocht deelnemen aan de Europacup I. Het werd het begin van de Europese overheersing van AC Milan. Het versloeg achtereenvolgens Vitosha Sofia, Rode Ster Belgrado, Werder Bremen en kwam in de halve finale het Real Madrid van Leo Beenhakker tegen. In Madrid bleef het bij een 1-1 gelijkspel, maar tijdens de return werd de Koninklijke met ruime cijfers verslagen. Gullit, Rijkaard en Van Basten scoorden ieder een doelpunt en stuurden de Madrilenen uiteindelijk met 5-0 naar huis. Ook in de finale tegen Steaua Boekarest deed Milan van zich spreken. Door twee doelpunten van Gullit en twee van Van Basten werd de ploeg van Gheorghe Hagi met 4-0 overtuigend verslagen.

Van Basten bleef grotendeels blessurevrij en kon eindelijk een volledig seizoen meedraaien. Hij scoorde 19 maal in 33 wedstrijden en eindigde daarmee als tweede op de topscorerslijst achter Aldo Serena, die 22 doelpunten maakte. Serena won met zijn club Internazionale de landstitel, Milan eindigde achter Napoli op de derde plaats.

1989/90

Tijdens het seizoen 1989/90 reeg AC Milan wederom de prijzen aaneen. In de eerste seizoenshelft werd afgerekend met Europacup II-winnaar FC Barcelona, waardoor de eerste Europese Supercup werd gewonnen. Vervolgens werd in december de Wereldbeker veroverd ten koste van het Colombiaanse Atlético Nacional. De prestaties van Van Basten leverden hem een tweede uitverkiezing tot Europees voetballer van het jaar op. Opnieuw eindigde hij in de eindklassering voor twee van zijn ploeggenoten, Baresi en Rijkaard. Daarnaast werd aan het einde van het seizoen wederom de Europacup I aan de prijzenkast toegevoegd. Milan was geen landskampioen geworden maar mocht wel als titelverdediger deelnemen aan het toernooi. De Rossoneri wonnen de relatief saaie finale door een doelpunt van Rijkaard met 1-0 van Benfica. Ondanks dat Milan op de laatste speeldag het kampioenschap verspeelde en de Coppa Italia verloor van Juventus, was er veel bewondering voor het team van Arrigo Sacchi. Het elftal uit deze periode werd regelmatig aangeduid als Gli Immortali (de onsterfelijken). Vele kenners bestempelen het Milan van 1989/90 als het beste clubteam aller tijden. Opnieuw wist Van Basten 19 maal te scoren in 26 competitiewedstrijden en dit bleek genoeg te zijn om het seizoen als topscorer te eindigen.

1990/91
Ook het seizoen 1990/91 wist AC Milan op te luisteren met de winst van de Europese Supercup en de Wereldbeker. Het Italiaanse voetbal kende zijn hoogtijdagen: alle Europese prijzen van het vorige seizoen waren gewonnen door clubs uit de Serie A. Milan wist beslag te leggen op de Europacup I, Sampdoria won de Europacup II en Juventus veroverde ten koste van Fiorentina de UEFA Cup. Milan mocht het daarom in de herfst gaan opnemen tegen het Sampdoria van Roberto Mancini in de strijd om de Europese Supercup. Over twee duels bleken de Milanezen te sterk voor de club uit Genua en pakten daardoor de tweede Supercup op rij. In het duel om de Wereldbeker mocht Milan het opnemen tegen het Paraguayaanse Olimpia. Twee doelpunten van Rijkaard en een van Stroppa bepaalden de eindstand op 3-0.

In de Europacup I kende Milan minder voorspoedige tijden, vooral toen in maart 1991 het duel tegen Olympique Marseille uitliep op een debacle. In de return van de kwartfinale misten de Milanezen hun goede vorm en konden ze niet beschikken over de geblesseerde Baresi en geschorste Van Basten. De Italianen waren op een 1-0-achterstand gekomen waarna de Fransen hoopten op een spoedig einde van de wedstrijd. Toen de scheidsrechter in de slotminuten echter floot voor een vrije trap dachten de Marseille-fans dat het eindsignaal had geklonken en bestormden ze van vreugde het veld. De scheidsrechter greep in maar tijdens de ontruiming van het veld vielen er enkele lichtmasten uit waardoor iedereen het terrein verliet. Na een kwartier van herstelwerkzaamheden instrueerde de leidsman beide teams weer terug naar het veld maar Milan weigerde dit, in de hoop dat het duel zou worden overgespeeld. Er werd besloten om het duel te staken maar de situatie kende niet de gewenste afloop voor de Italianen. De UEFA kende een 3-0-overwinning toe aan Marseille en sloot Milan voor een jaar uit van Europees voetbal. Het seizoen werd uiteindelijk afgesloten zonder Scudetto of nationale beker. Van Basten was tijdens de competitie minder op dreef gekomen dan voorgaande seizoenen en wist in 31 duels 11 maal te scoren.

1991/92
In het seizoen 1991/92 vertrok succescoach Sacchi als trainer van AC Milan om bondscoach te worden van het Italiaanse elftal. De voormalige middenvelder van Milan Fabio Capello werd zijn opvolger. Capello kende een vliegende start met de Rossoneri en wist de club naar het winterkampioenschap van de Serie A te leiden zonder een nederlaag te hoeven incasseren. In de tweede seizoenshelft werden de goede prestaties voortgezet. AC Milan leed opnieuw geen nederlagen waardoor de club uiteindelijk ongeslagen landskampioen werd. Van Basten was dat seizoen verantwoordelijk geweest voor ruim een derde van de totale doelpuntenproductie. Met het zeldzaam hoge aantal van 25 treffers (al 26 jaar niet meer voorgekomen) werd de spits voor de tweede maal Capocannoniere. Het elftal dat die jaargang niet verloor werd regelmatig bestempeld als Gli Invicibili (de onoverwinnelijken).

Berlusconi besloot in de zomer van 1992 de club flink te versterken en trok vele miljoenen uit voor nieuwe spelers. Zo haalde hij Dejan Savićević, Stefano Eranio, Zvonimir Boban en werden de transferrecords gebroken voor de komst van Jean-Pierre Papin en Gianluigi Lentini. Papin werd de concurrent van Van Basten in de spits en kwam voor een kleine dertig miljoen gulden over van Olympique Marseille. Lentini was zelfs vier jaar lang de duurste speler ter wereld nadat hij voor 33 miljoen overkwam van Torino. Ook Van Basten tekende in het najaar een vernieuwd contract dat hem de komende drie jaar aan de club zou binden. Jaarlijks zou hij hier drie miljoen gulden mee opstrijken. De spits verkeerde in zijn hoogtijdagen en luisterde zijn contractverlenging op met vier treffers tegen Napoli. Ook in de Champions League tegen IFK Göteborg nam hij nog diezelfde maand met opnieuw vier doelpunten de totale doelpuntenproductie voor zijn rekening. Daarmee werd hij de eerste speler die vier keer in één Champions League-wedstrijd wist te scoren.

De prestaties van Van Basten werden dat najaar beloond, toen de spits voor de derde maal werd uitgeroepen tot Europees voetballer van het jaar. Hij evenaarde daarmee Cruijff en Platini, waardoor zij de enige spelers zijn die de prijs drie keer in ontvangst mochten nemen. Het hoogtepunt was echter de uitverkiezing tot Wereldvoetballer van het jaar door de Wereldvoetbalbond FIFA. De prijsuitreiking in Lissabon had echter een bittere bijsmaak 

omdat Van Basten kort daarvoor opnieuw zwaar geblesseerd was geraakt aan zijnrechterenkel in het competitieduel tegen Ancona. De aanvaller liet zich daarvoor opnieuw onder handen nemen door zijn vaste chirurg, René Marti. Hij opereerde Van Basten op 21 december 1992 voor de derde keer en haalde tien stukjes bot uit de enkel en het onderste spronggewricht. De operatie werd door Marti omschreven als zwaar en voorspelbaar:

"Het is een optelsom, je kon het zien aankomen. Er waren, zoals wij dat noemen, botwoekeringen opgetreden sinds de eerdere ingreep in 1987. De functie van de enkel was steeds achteruitgegaan. Marco had na iedere wedstrijd pijn. Zelfs normaal lopen was moeilijk. De enkel was mechanisch belemmerd. Met fysiotherapie is weinig te doen als stukjes bot steeds over elkaar schuren. Een half jaar geleden vertelde hij al dat het niet goed ging. Onlangs tegen PSV had hij problemen en in de rust tegen Ancona viel hij uit."

Volgens Marti was de enkel in feite versleten en werden met een operatie alleen de symptomen opgeheven. De verwachting was dat Van Basten drie maanden langs de kant zou staan maar zijn herstel verliep trager dan verwacht. De spits ging daarom op 1 april 1993 naar België voor een second opinion van orthopedisch chirurg Marc Martens. Dr. Martens trok echter dezelfde conclusie als zijn collega en adviseerde Van Basten nog enkele weken rust.

Ondertussen plaatste AC Milan zich met overmacht voor de finale van de Champions League. Op weg naar de eindstrijd speelde de club tien wedstrijden die allemaal werden gewonnen. In de finale tegen Olympique Marseille waren de Rossoneri dan ook de grote favoriet, maar deze rol wisten ze uiteindelijk niet waar te maken. Door een rake kopbal van Basile Boli op aangeven van Abédi Pelé wonnen de Fransen met 1-0. Van Basten speelde geen rol van betekenis en voelde zich beperkt door zijn enkelblessure, waardoor hij in de 86e minuut werd gewisseld voor Eranio. Later zou blijken dat Marseille-voorzitter Bernard Tapie spelers van Valenciennes had omgekocht zodat Marseille een week voor de CL-finale kampioen werd en zich zodoende in alle rust kon voorbereiden op de eindstrijd met AC Milan. Daarnaast kwam dertien jaar na dato aan het licht dat bijna alle spelers van Marseille voorafgaand aan de finale doping hadden gebruikt.

In de competitie bleef AC Milan dat seizoen ongeslagen tot en met 21 maart 1993. Op die dag verloor Milan met 0-1 van Parma, waardoor de club na 58 competitiewedstrijden op rij haar ongeslagen status verloor. Dit is nog steeds een record in de Serie A. Milan liep daarna nog enkele keren tegen puntverlies aan, maar de club won uiteindelijk toch haar tweede Scudetto op rij en de dertiende uit de clubgeschiedenis, waarmee het stadsgenoot Internazionale evenaarde. Door blessureleed bleef de doeltreffendheid van Van Basten dat seizoen steken op 13 goals in 15 competitieduels.

Einde
Milan zou in de volgende twee seizoenen nog tweemaal het landskampioenschap vieren en bereikte ook nog tweemaal de finale van de Champions League. Voor Van Basten betekende deze periode echter het begin van het einde. Na zijn operatie in december 1992 speelde hij nog slechts twee competitiewedstrijden en de finale van de Champions League. Tegen Olympique Marseille kreeg Van Basten echter opnieuw last van zijn rechterenkel en besloot hij wederom onder het mes te gaan. Op 9 juni 1993 nam dr. Martens hem voor de eerste keer onder handen. Tijdens de operatie verwijderde hij stukjes kraakbeen uit de enkel, waarna Van Basten enkele maanden rust moest houden. Hij kwam echter het hele jaar niet aan spelen toe en liet zich op 14 juni 1994 opnieuw opereren. Tijdens deze vierde operatie aan zijn rechterenkel bracht dr. Martens metalen steundelen aan die ervoor moesten zorgen dat zich nieuw kraakbeen zou vormen. Het experiment met het apparaat van Ilizarov mislukte echter en Van Basten raakte opnieuw in de versukkeling. Op 17 augustus 1995 nam Van Basten uiteindelijk het definitieve besluit om afscheid te nemen van het voetbal. Voorafgaand aan de Trofeo Berlusconi tussen AC Milan en Juventus, maakte hij een laatste ereronde waarbij hij onder toeziend oog van 63.000 fans en de huilende Fabio Capello een staande ovatie kreeg.

"Ik heb besloten om mijn voetballoopbaan te beëindigen. Er zat geen verbetering in. Als ik opsta doet de enkel pijn, ik kan niet eens een partijtje tennissen. Ik weet niet of de doktoren me altijd hebben geholpen, want vanaf 1992 is de situatie niet echt verbeterd. Ik heb de indruk dat het na elke operatie eerder slechter dan beter ging. Ik ben geopereerd, onderging behandelingen met water en hitte en acupunctuur en ik ben zelfs naar medicijnmannen geweest. Niets hielp. Voorlopig doe ik even niets. Dat klinkt een beetje gek, maar ik heb de laatste twee jaar hard gewerkt om een comeback te maken. Al het andere is erbij ingeschoten. Twee weken geleden, na het bezoek aan Martens, besefte ik dat het over en uit was. Pas vanochtend kon ik ertoe besluiten dat feit openbaar te maken. Nu ben ik volkomen leeg."

Na zijn actieve carrière bleef de pijn aan Van Bastens rechterenkel echter bestaan. Daarom nam hij in maart 1996 het besluit om zijn enkel in het AMC vast te laten zetten. Hierdoor zou hij weliswaar altijd enigszins mank blijven lopen, maar wel pijnvrij door het leven gaan. Hoewel hij hierdoor niet meer kon voetballen, verscheen hij toch nog een paar keer op het veld tijdens de afscheidswedstrijden van oud-ploeggenoten Franco Baresi (1997), Demetrio Albertini en Dennis Bergkamp (beiden 2006). Hij liet in de meeste duels zien zijn talent niet te hebben verloren en scoorde zelfs enkele malen.

Nederlands Elftal

WK onder 20 jaar 1983
Van Basten maakte zijn internationale debuut op het WK onder 20 jaar in 1983. Samen met onder anderen Vanenburg, Been, Silooy en Godee trof Nederland in gastland Mexico achtereenvolgens Brazilië, de Sovjet-Unie, Nigeria en Argentinië. Van Basten begon als basisspeler aan het toernooi en speelde met Oranje in de openingswedstrijd met 1-1 gelijk tegen Brazilië door een doelpunt van Been. Vervolgens won het jeugdelftal van de Sovjet-Unie waarbij Van Basten het winnende doelpunt maakte (3-2). In het laatste groepsduel tegen Nigeria werd er met 0-0 gelijk gespeeld waardoor Nederland als tweede eindigde in de poule. Met deze stand plaatste de ploeg van bondscoach Kees Rijvers zich voor de kwartfinale waarin Argentinië de volgende tegenstander was. Van Basten scoorde de openingstreffer maar dit bleek niet genoeg te zijn voor de overwinning (2-1). Het eerste optreden van Nederland op een WK onder 20 jaar eindigde zodoende in de kwartfinale.

EK 1984 en WK 1986
Op 7 september 1983 maakte Van Basten zijn debuut voor het Nederlands elftal in de thuiswedstrijd tegen IJsland. Twee weken later in de vriendschappelijke interland tegen België scoorde hij zijn eerste doelpunt voor Oranje. Ondertussen was Nederland al zo goed als zeker gekwalificeerd voor het EK 1984. Alleen Spanje zou nog roet in het eten kunnen gooien wanneer het in zijn laatste kwalificatiewedstrijd met elf doelpunten verschil van Malta zou winnen. Het onmogelijke gebeurde: Spanje won op 21 december 1983 met 12-1 van Malta, waardoor Nederland deelname aan het EK misliep. Twee jaar later wist Nederland zich ook niet te plaatsen voor het WK voetbal in Mexico. Oranje eindigde in een groep met Hongarije, Oostenrijk en Cyprus als tweede waardoor het een play-offwedstrijd diende te spelen om zich te kunnen kwalificeren. In dat kader trof de equipe van Van Basten buurland België. In de uitwedstrijd werd het 1-0 voor de Belgen, maar Nederland wist deze stand in eigen huis om te buigen in een 2-1 overwinning. Op basis van een uitdoelpunt van Georges Grün konden de Belgen zich echter plaatsen voor het mondiale eindtoernooi.

EK 1988
Van Basten was in 1988 net op tijd fit om deel te nemen aan het EK voetbal in gastland West-Duitsland. De spits had een ongelukkig seizoen bij AC Milan achter de rug, waardoor hij in eerste instantie genoegen moest nemen met een reserverol. Hij kreeg daarom rugnummer 12 toegewezen. In de openingswedstrijd tegen de Sovjet-Unie kreeg Ajax-spits John Bosman een basisplaats. Hij wist tijdens het duel echter niet te overtuigen en er werd ook nog verloren met 0-1. Bondscoach Rinus Michels besloot in te grijpen en plaatste in de tweede wedstrijd tegen Engeland Van Basten in de spits. Dit bleek een gouden ingreep want Van Basten scoorde drie keer, waardoor Nederland met een 3-1 overwinning het veld af liep. In de laatste groepswedstrijd won Oranje nipt en met wat geluk van Ierland door een doelpunt van Wim Kieft (1-0). Nederland nam daardoor de tweede plaats in de poule over van de Ieren en bereikte de halve finales, waarin gastland West-Duitsland de tegenstander was. De Duitsers kwamen in de tweede helft op een 1-0 voorsprong door een omstreden strafschop die werd binnengeschoten door Lothar Matthäus. Even later bleek het geluk echter aan Nederlandse zijde, toen ook zij een makkelijk gegeven strafschop kregen na een overtreding van Jürgen Kohler op Van Basten. Ronald Koeman faalde niet waardoor de stand weer gelijk werd getrokken. Nederland ging op zoek naar de overwinning maar vlak voor tijd leek het toch op een verlenging aan te komen. In de 88e minuut gleed Van Basten echter een bal op aangeven van Jan Wouters achter doelman Eike Immel, waardoor Nederland na veertien jaar revanche nam op de wereldkampioen van 1974. De finale vond plaats op 25 juni waarin Nederland het mocht opnemen tegen de Sovjet-Unie. Het Oost-Europese team was al eens eerder Europees kampioen geworden (1960) en was twee keer verliezend finalist (1964 en 1972). Voor Nederland was het de eerste kans op een Europese titel. Na een half uur opende Ruud Gullit de score met een rake kopbal, na een voorzet van Van Basten. Tien minuten na rust viel de 2-0, ditmaal door Marco van Basten. Arnold Mühren schoot de bal schuin voor het doel langs naar Van Basten, die de bal in één keer – uit een schier onmogelijk hoek – uit de lucht haalde en doelman Rinat Dasajev bovenlangs passeerde. Beelden van het doelpunt gingen de hele wereld over en het wordt door velen nog steeds gezien als een van de mooiste uit de geschiedenis.

"Van Basten. Goed... OH, WAT EEN GOAL! WAT EEN GOAL! WAT EEN SCHITTEREND DOELPUNT ZEG! Ja, niet te geloven zoals ie die bal uit de lucht oppakt daar. Niet te geloven. Wat een weer-ga-loos doelpunt! Tsjonge, jonge, wat een doelpunt zeg." (Theo Reitsma).

De Sovjet-Unie kreeg daarna nog wel een kans op de aansluitingstreffer, maar Ihor Bilanov zag zijn strafschop gekeerd worden door Hans van Breukelen. Nederland werd Europees kampioen en pakte daarmee zijn eerste internationale prijs van betekenis. Marco van Basten werd met vijf doelpunten topscorer van het toernooi en verkozen tot beste speler.

WK 1990
Als regerend Europees kampioen begon Nederland met hoge verwachtingen aan het WK 1990 in gastland Italië. Onder leiding van bondscoach Thijs Libregts was Oranje als eerste geëindigd in de kwalificatieronde, voor West-Duitsland, Finland en Wales. Libregts vertrok echter niet naar het WK, omdat hij een half jaar voor aanvang werd ontslagen nadat er al een tijd lang conflicten bestonden tussen hem en een deel van de spelersgroep. Een week voor het WK werd Leo Beenhakker aangesteld als nieuwe bondscoach. Daarover ontstond echter onenigheid omdat een meerderheid van de spelers de voorkeur had gegeven voor Johan Cruijff als opvolger. Beenhakker kreeg vervolgens de zware taak om een verdeelde spelersgroep weer op de rails te krijgen. In de eerste groepswedstrijd tegen Egypte kwam Oranje niet verder dan een teleurstellend 1-1 gelijkspel. Ook in het tweede duel tegen Engeland presteerde het Nederlands elftal maar matig en kwam het goed weg met een 0-0 eindstand op het scorebord. De laatste wedstrijd tegen Ierland (1-1) werd een aanfluiting, aangezien beide landen aan een gelijkspel genoeg hadden om de volgende ronde te bereiken. Nederland eindigde weliswaar als derde in de poule maar wist zich te kwalificeren als een van de vier beste nummers drie. In de achtste finale trof Nederland in het San Siro, de thuishaven van Van Basten, Gullit en Rijkaard, groepswinnaar en titelfavoriet West-Duitsland. Oranje begon goed aan de wedstrijd en wist enkele kansen te creëren maar dit was van korte duur. Rijkaard kon zijn emoties niet te bedwingen en bespuugde tot tweemaal toe tegenstander Rudi Völler. Beide spelers moesten uiteindelijk met rood het veld verlaten en de Nederlandse ploeg verloor haar grip op de wedstrijd. Klinsmann en Brehme zorgden voor een 2-0 voorsprong waarna Ronald Koeman in de laatste minuten van de wedstrijd nog een aansluitingstreffer maakte. Het bleek niet genoeg en Nederland werd zonder een wedstrijd te winnen in de achtste finales uitgeschakeld. Later verklaarde Beenhakker dat hij vooral op de drie Milanese vedetten geen vat had kunnen krijgen: "Niemand nam het voortouw. Niemand was de dragende speler waar je je verhaal aan kwijt kon als coach".

EK 1992
Na een succesvolle periode in Milaan, begon Van Basten in de zomer van 1992 aan zijn laatste grote eindtoernooi. Nederland was, samen met het verenigde Duitsland, opnieuw de favoriet voorafgaand aan het EK voetbal in Zweden. Oranje opende het toernooi tegen Schotland, maar wist in haar eerste duel niet echt te overtuigen. Door een doelpunt van Bergkamp in de 75e minuut werd de zege echter veilig gesteld. In de tweede wedstrijd tegen het GOS had Van Basten een negatieve bijrol. Hij was de meest geïrriteerde speler van het veld, wat leidde tot een slag in het gezicht bij tegenstander Achrik Tsvejba. Dit werd echter gemist door de Deense scheidsrechter, wel werd de spits betrapt op zes andere overtredingen. Ondanks de weerstand van het GOS kwam Van Basten in de 77e minuut tot een doelpunt, maar de zuivere treffer werd door scheidsrechter Mikkelsen onterecht afgekeurd vanwege buitenspel. Het bleef 0-0 en daarmee bracht de Nederlandse equipe zich in een lastige uitgangspositie voor de laatste groepswedstrijd tegen de Duitsers, die door een overwinning op Schotland op gelijke hoogte waren gekomen. Tegen de regerend wereldkampioen liet Oranje echter goed voetbal zien. Vanaf de eerste minuut domineerden de Nederlanders de wedstrijd. Twee doodspelmomenten, beide na grove overtredingen op Marco van Basten, in de 4e en 14e minuut bezorgden Nederland een 2-0-voorsprong. In de 4e minuut kopte Rijkaard een vrije trap van Ronald Koeman binnen en ruim 10 minuten later legde Koeman succesvol af op Rob Witschge, die zo zijn eerste interlandgoal maakte. Na de rust begon Nederland slapjes en Duitsland sloeg meteen toe. Klinsmann scoorde de aansluitingstreffer en de paniek sloeg zichtbaar toe aan Nederlandse zijde. Na twintig minuten herpakte Oranje zich en via een prachtige aanval waarbij Van Basten als bliksemafleider fungeerde, scoorde Bergkamp zijn tweede toernooigoal. Met de 3-1 overwinning plaatste Nederland zich voor de halve finale waarin het tegenover Denemarken kwam te staan. Nederland begon als grote favoriet aan de wedstrijd maar stond na vijf minuten al met 0-1 achter. Frank de Boer leed bij de achterlijn knullig balverlies, waarna Brian Laudrup er meteen vandoor ging en de bal op het voorhoofd van Henrik Larsen legde die binnen kopte. Bergkamp kon halverwege de eerste helft nog gelijkmaken, maar tien minuten daarna stonden de Denen alweer voor door een goal van Larsen. Lang leek Denemarken voor een sensatie te zorgen, maar in de 86e minuut schoot Rijkaard na een hoekschop van Witschge van dichtbij raak. De verlenging zorgde niet voor een winnaar waarna strafschoppen de beslissing moesten brengen. Uitgerekend de ster van het 1988 werd de schlemiel van 1992. De inzet van Van Basten werd als enige gekeerd door de Deense doelman Peter Schmeichel. Hierdoor gingen zeer verrassend de Denen naar de finale, waarin het onverwacht van Duitsland won.

De gemiste strafschop betekende het begin van het Nederlandse penaltysyndroom dat Oranje de komende toernooien met zich mee zou dragen (EK 1996, WK 1998 en EK 2000). Het werd het dieptepunt uit Van Bastens interlandcarrière, die na 1988 eigenlijk nog maar enkele keren had weten te excelleren in Oranje. Op 14 oktober 1992 speelde de spits van AC Milan zijn laatste interland tegen Polen.

Speelstijl

Marco van Basten stond bekend als een technische spits met een bijzondere lichaamsbeheersing. Hij was snel (liep de 100 in 11,0 seconden), tweebenig, had een links-rechts schijnbeweging in huis en wist zich te wapenen tegen het harde spel. 

In Italië ging hij het krachthonk in en werd een fysiek sterke speler die van zich af kon slaan. Daardoor kreeg hij echter ook het imago van een gemenerik: hij sloeg António Veloso een tand uit zijn mond, ontving rode kaarten voor ellebogen en gooide met zand om de tegenstander af te leiden. Van Basten ontwikkelde zich tot een kruising tussen een genie en een rotzak. Hij wist van zichzelf dat hij een goede voetballer was maar gedroeg zich daar ook soms op het veld naar. Hij tartte zijn tegenstander en maakte zich daarmee tot prooi van sluipmoordenaars als Pietro Vierchowod en Jürgen Kohler. Dit leverde hem al op jonge leeftijd versleten enkels op waar hij echter nog jaren mee door voetbalde. Experts noemen het een wonder dat hij het zo lang volhield, maar er wordt gezegd dat zijn talent de slijtage heeft gecompenseerd.

Ciao, Marco

Zijn afscheid in San Siro op 18 augustus 1995 voelde zo ongelooflijk, dat de toen zestienjarige Sjoerd Mossou besloot het niet te geloven. Marco van Basten was zijn held, en helden stopten niet. Hij was pas dertig, godverdomme.


TEKST: SJOERD MOSSOU
BRON: SANTOS

San Siro kan een kille, tochtige bak zijn. Op de bovenste ring voelt het een beetje als IJmuiden, want het waait er haast altijd, zelfs als de zon schijnt. Een betonnen tochtgat aan de Via dei Piccolomini. De tribunes zijn steil, hoog, hard en hoekig. Het stalen buizendak maakt het voor de zon haast onmogelijk om binnen te dringen. De wind daarentegen, jaagt er precies onderdoor in genadeloze, steeds hardere vlagen.

 

Het was 18 augustus 1995. Een mooie Milanese zomeravond. Toch droeg Marco van Basten een suède jasje over zijn roze overhemd, met een iets te hoog aangesneden wit T-shirt eronder. Alsof hij al besefte hoe San Siro aanvoelt als je geen voetballer meer bent. Kil meestal. Soms waterkoud.

 

In de rechterkontzak van zijn stonewashed spijkerbroek zat een portemonnee. Zo’n dikke, typisch mannelijke portemonnee, vol overbodige pasjes en oude bonnetjes. Je kunt dat mooi zien als Van Basten naar de Curva Sud loopt, in een looppasje.

 

Hij zwaait met twee handen boven het hoofd, waardoor de boord van zijn jasje wordt opgetild tot boven de heupen. De portemonnee zit stevig ingepakt, maar is klaar voor gebruik. Straks haalt Van Basten misschien nog een boodschapje bij de avondwinkel, of ze eten straks nog een hapje, in de kleine Osteria om de hoek.

 

Liesbeth is er niet bij vanavond, de kinderen evenmin. Vlak voordat Van Basten naar San Siro rijdt, heeft hij tegen zijn vrouw gezegd dat het niet al te lang gaat duren. Hij hoeft alleen maar even naar de mensen te zwaaien.

 

Niets bijzonders. Gewoon een verplicht nummertje voor de bühne. Bedankt, tot ziens. Basta.

 

Het is de moeite van het komen niet waard, vindt Marco. Hij klinkt quasinonchalant als wel vaker, maar Liesbeth laat het verder maar zo, druk als ze is met de dingen van alledag. Ze begint pas te twijfelen als Danielle van ’t Schip opbelt, de vrouw van Van Bastens vriend Johnny. Is het toch niet wat groter en belangrijker dan dat? In de kranten is het definitieve afscheid, een dag eerder door Van Basten zelf aangekondigd op een persconferentie op Milanello, groot nieuws.

 

In mijn herinnering duurde het allemaal heel lang. De entree, de wandeling, het zwaaien, de tranen: het voelde al die jaren als een soort speelfilm in slow motion. YouTube bestond nog niet. Het huilen van Fabio Capello spoelde je daarom terug vanaf je netvlies, steeds opnieuw.

 

Dat Studio Sport het item in werkelijkheid beperkte tot slechts een paar minuten, inclusief een interview met Jack van Gelder: met terugwerkende kracht is het bijna niet voor te stellen. Maar 18 augustus 1995 valt op een vrijdag, dat maakt het praktisch gezien lastig om er groots mee uit te pakken.

 

De oefenwedstrijd tussen AC Milan en Juventus, een potje om de overbodige Trofeo Luigi Berlusconi (de vader van) begint die avond om 20.00 uur. Kort voor de aftrap staat Van Basten geduldig te wachten bij de kleedkamerdeur, leunend tegen een muur in de catacomben. Achter hem klinkt het getik van noppen – en het typische gegrom van mannen die

elkaar moed inpraten, succes wensen.

Hier zie je het in één beeld gevangen: Van Basten is geen voetballer meer. De houten kleedkamerdeur is dicht. De Zwaan van Utrecht staat ongemakkelijk op de gang te wachten, als een ballenjongen in spijkerbroek.

 

Wanneer de camera zijn blik vangt, lacht Van Basten breeduit, met die jongensachtige grijns van hem. Zijn wangen plooien omhoog tot vlak onder zijn samengeknepen ogen. Als hij al pijn heeft, dan camoufleert hij die overtuigend. Dat heerlijke geluid van de voetbalkleedkamer achter hem; hij hoort het niet, staat er niet bij stil, of hij wil het niet horen. Van Basten loopt tegelijk met beide teams het veld op. Onderweg krijgt hij een stevige hand van scheidsrechter Pierluigi Collina. Alessandro Costacurta wandelt voorbij met het hoofd omlaag. Van Basten lacht, nog een keer.

 

Het vaarwel duurt in werkelijkheid juist erg kort. De voetballer neemt de binnenbocht, steeds op een meter of twintig van de tribunes. Soms wandelt hij, dan weer versnelt hij in een looppasje, alsof hij er nog iets sneller vanaf wil zijn.

 

Iets verderop, op gepaste afstand; de voetballers van AC Milan en Juventus. Ze klappen in hun handen.

 

Och, die pijn. Die ondraaglijke, oneindig durende pijn in zijn enkel. Al die operaties. Al dat gekloot in zijn lijf en in zijn botten. Het gebonk in zijn kop, van twijfel naar wanhoop, vechtend tegen het onvermijdelijke einde.

 

Van Basten speelt zijn allerlaatste voetbalwedstrijd op 26 mei 1993 in München, in de finale van de Champions League tegen Olympique Marseille. De overlevering wil dat hij liep als een oude man – en dat hij slecht en onzichtbaar speelde.

 

In werkelijkheid valt dat best mee. Zelfs in zijn hoedanigheid van een oude man, met stekende pijn in de enkel, loopt Van Basten nog gracieus en sierlijk. Hij krijgt nog een kansje in de eerste helft, na voorbereidend werk van Daniele Massaro. Kort daarvoor neemt hij prachtig een balletje uit de lucht.

 

Tussen zijn laatste wedstrijd en zijn definitieve afscheid liggen 2 jaar, 2 maanden en 23 dagen. Of: 814 dagen in totaal.

 

Wij, de bewonderaars, wachten en wachten maar. Af en toe horen we iets, over de volgende belangrijke enkeloperatie. Over de ene dokter (Martens), of juist de andere (Marti). Dan weer zien we Van Basten op krukken voorbijlopen op Milanello, in de stromende regen. Dan weer duikt hij op in Utrecht of in Antwerpen. Zwijgend, meestal.

 

Het mysterie groeit almaar. Van Basten heeft de naam ondoorgrondelijk te zijn, maar daar zit het hem niet eens zozeer in. We horen alleen maar berichten over operaties, die meestal ‘goed’ zijn verlopen, maar later opeens weer niet. Van enkels weten we erg weinig. Soms weerklinkt er hoop, genoeg althans om te blijven geloven in het wonder. 

 

Ons geduld is onbegrensd. De doorbraak van Marco van Basten bij Ajax valt vrijwel gelijk met mijn vroegste liefde voor voetbal. Ik ben van 1978. Halverwege de jaren 80 moet ik voor het eerst met mijn volle

bewustzijn naar Studio Sport zijn gaan kijken.

Van Basten is zonder enige discussie de beste, de grootste, de meest begaafde. Zijn wat afstandelijke, eigenzinnige karakter ontgaat ons volledig, thuis voor de televisie. Van Basten juicht mooi. Lacht mooi. Voetbalt nog veel mooier.

 

Zijn omhaal tegen FC Den Bosch: we speelden hem eindeloos na op het trapveldje voor ons huis. Daar stonden geen doelen. Onze jassen waren de palen, dus de kruising moest je er zelf bij denken. Het gras zat vol met kale, droge plekken, maar dat weerhield ons er niet van om het eindeloos te blijven proberen.

 

De voorzet moest met een lobje, want dat was iets gemakkelijker. Omhaal, harde landing op je rug en achterhoofd. Mis. Nog een keer. Weer mis. Marco van Basten en Eddie Vedder zijn de helden van mijn jeugd. In die volgorde, want zo gaat dat meestal met jeugdhelden: ze komen in order of appearance. Bij NAC heb ik ook nog wat helden, maar die zijn niet mythisch of onaantastbaar. Die werken ’s middags gewoon bij de Perry Sport in de Lange Brugstraat, of als croupier bij het Holland Casino.

 

Van Basten overbrugt mijn kinderjaren én mijn tienerjaren. Hij voelt als een held van om de hoek, mijn neef Daan lijkt zelfs sprekend op hem, maar tegelijk is Van Basten onbereikbaar. Milaan is ver. Van georganiseerde voetbalreisjes of easyJet heeft niemand nog gehoord.

 

Eind jaren tachtig en begin jaren negentig bestaan er maar een handvol voetbalsouvenirs die refereren aan Van Basten, de beste spits ter wereld. Voor een shirtje met ‘Mediolanum’ moet je naar Milaan. Voetbalmerchandise is een nog tamelijk onontgonnen wereld.

 

Wij hebben thuis een paar van die witte koffiemokken, van de Blokker, met foto’s van de bekendste Oranje-spelers erop. Een jongen uit mijn klas heeft een vlag van AC Milan, met de hoofden van Gullit en Van Basten pontificaal in het midden geprint.

 

En bij de Wehkamp kun je een jongenskamerdekbed bestellen met Van Basten erop, stijlvol in actie, gekleed in het tenue van de Rossoneri. Dat dekbed hebben bijna alle jongens uit mijn klas.

 

Het EK van 1988 beleef ik voor de televisie. Ik ben 9, de perfecte leeftijd om je herinneringen tot in detail op te slaan. Alles komt ongefilterd binnen, recht je kindergeheugen in. Als Van Basten scoort in de finale, spring ik op de rug van mijn vader. Samen dansen we door de woonkamer. We gillen en we lachen van pret. Nog voordat Ruud Gullit de beker omhoog heeft getild, ga ik voetballen, buiten op het veldje, met Wouter en de rest. We willen allemaal Van Basten zijn.

 

Hij kijkt een beetje naar beneden als hij zwaait, met een hand hoog boven zijn hoofd. Dat Fabio Capello zit te huilen, ontgaat bijna iedereen, ook Van Basten. De dug-out van San Siro is half ondergronds. De trainer zit verdekt opgesteld, in het schemerdonker. Hij schokt een beetje, zachtjes huilend, met zijn vingers tegen het neusbot en de ooghoeken geduwd. 

Het is aan de positie van de NOS-equipe te danken, bij de zijlijn, precies tussen beide dug-outs, dat de wereld getuige is van de tranen van Capello. De Nederlandse cameraploeg heeft

het shot als enige. Pas in de dagen na het afscheid gaan de beelden letterlijk de wereld over. Van Basten huilt niet, maar onbewogen kun je hem ook niet noemen. San Siro voelt warmer dan ooit vanavond. Aan de Curva Sud hangt een groot spandoek: ‘Marco, il gioia del calcio’. ‘Marco, de vreugde van het voetbal’.

 

Steeds als hij de mensen ziet juichen, kijkt Van Basten even omlaag, om vervolgens zijn pas weer ietsje te versnellen. Als hij daarna opkijkt naar de mensen, duwt hij zijn tong steeds tegen de binnenkant van zijn wang. Van Basten vermant zich. Zou hij, lopend over het Milanese gras, aan Edwin Olde Riekerink hebben gedacht? Of aan het Oosterpark? Daar, op een koude decemberavond in 1987, ging hij veel te hard door op de voetballer van FC Groningen – en blesseerde zichzelf.

 

Maar misschien is er vanavond wel veel te veel om aan te denken. Misschien suizen de herinneringen wel door zijn hoofd, ook de glorieuze, razendsnel, in vluchtige flitsbeelden.

 

Wat ik zelf dacht, weet ik nog ongeveer. Ik dacht: die komt nog wel terug. Het afscheid van Van Basten was zo ongelooflijk, dat ik besloot het niet te geloven. Een jaar eerder was er nog sprake van dat hij mee zou gaan naar het WK van 1994 in Amerika. Als een soort pinchhitter en talisman tegelijk.

 

De voetballer geloofde er zelf in, dus waarom wij dan niet? En als die enkel werkelijk ongeneeslijk was, waarom had Silvio Berlusconi dan tussentijds zijn contract verlengd bij Milan? Dat was toch niet zomaar?

 

Wat ook een rol speelde misschien: aan Van Basten zag je bijna nooit dat hij pijn had. Hij was erbij toen AC Milan in de Champions League-finale tegen Ajax speelde, in mei 1995 in Wenen, gehuld in een wit trainingspak. Van Basten zag er nog hartstikke als een voetballer uit. Hij schudde kalm de handen van de Ajacieden, vlak voordat ze de catacomben in doken.

 

Nog even geduld, dachten wij. Na de zomer doet hij vast weer mee.

 

Maar toen werd het augustus. De zomervakantie was net voorbij, het voetbalseizoen ging weer beginnen, en toen weerklonk plots het onheil. Het gaat niet meer. Zelfs dokter Martens, nooit te beroerd voor weer een nieuwe operatie, zag dat het geen zin meer had. Van Basten belde eerst naar Berlusconi om het nieuws te vertellen, de voorzitter die zijn doorlopende miljoenencontract altijd tot op de cent had doorbetaald. Op dat moment zijn alleen Liesbeth, zijn beste vrienden en zijn vader Joop op de hoogte. “Ik weet niet of de doktoren me hebben geholpen”, zegt hij op zijn laatste persconferentie. “Want het is de laatste jaren niet vooruitgegaan, eerder achteruit.”

 

Hij heeft alles geprobeerd, drie jaar lang. Acupunctuur. Medicijnmannen. Soms lag hij dagenlang te huilen van de pijn. Had de dokter ijzeren pinnen door zijn enkel geboord, in een soort kamikaze-operatie, braken daarna prompt de pinnen af. Ondraaglijk. Onmenselijk.

 

Wij wisten dat toen nog allemaal niet. We wilden het niet weten. Van Basten was een wonderspits, we hoopten dat de tijd vanzelf zijn werk zou doen. Dat hij vanzelf weer zou voetballen, gracieus en ongrijpbaar.

 

Hij was pas dertig, godverdomme.

Prijzen

Vrienden van VanBastisch