R e g i o

Noord-Frankrijk

Een voetbaltripje waar je ook je wederhelft met goed fatsoen mee naartoe kunt nemen? Spring in de auto en rijd naar het zuiden, richting het niemandsland van Noord-Frankrijk, met Parijs lonkend aan de horizon.

Onderweg, rijdend door het door decennia van mijnbouw en de allesverwoestende Eerste Wereldoorlog uitgeputte Noord-Franse landschap, vraag je je misschien heel even af wat nu precies de charme van dit gebied is. Dat wordt je vanzelf duidelijk als je een middagje spendeert in het fotogenieke Amiens, in Lens een Louvre ontdekt waar je nog niet half zo lang inde rij staat als in Parijs, of eenmaal aangekomen in de lichtstad slentert langs de Seine.
En vrees niet, de voetballiefhebber hoeft hier beslist niets tekort te komen. Integendeel. De gevallen topclub RC Lens kan zich qua toeschouwersaantallen en sfeer nog altijd meten met de besten van Frankrijk, het nietige Amiens SC  heeft misschien wel het meest futuristische stadion van Europa en Parijs heeft het, zoals het de stad betaamt, allemaal: de glitter en de glamour van PSG, de pure cult van Red Star.
Vive la France!

Noord-Frankrijk

Frankrijk

Vliegveld: Paris Charles de Gaulle Airport
Plaats: Parijs
IATA code: CDG
www.parisaeroport.fr

Timezone
De timezone van Parijs is Europe/Paris.

Betaalmiddel
In Frankrijk is de officiële munteenheid de Euro. Valutacode EUR.

Landnummer
Het landnummer is het nummer dat je gebruikt voor internationale telefoongesprekken. Om vanuit Nederland een telefoonnummer in Frankrijk te bellen of sms’en toets je voor het telefoonnummer +33 of 0033.

Paris Saint-Germain

Parc des Princes

Moderne voetbalkunst
HET STADION ALS SHOWROOM

Met het Centre Pompidou beschikt Parijs over het museum met de grootste collectie moderne kunst van Europa. Een kleine tien kilometer westwaarts, in het Parc des Princes, zijn de Quatarese investeerders achter Paris Saint-German hard op weg om ook de grootste verzameling voetbalkunst naar de lichtstad te halen. Nu moet gezegd dat PSG eigenlijk al decennialang een abonnement heeft op eigenzinnige balkunstenaars (Georghe Weah, Jay-Jay Okocha, David Ginola en Ronaldinho, om er een paar te noemen), maar sinds het in 2011 in Qatarese handen kwam, is de sterrenstroom niet meer te stoppen.
Ondertussen groeide PSG uit tot een zorgvuldig samengestelde hype, met aan de ene kant van dat spectrum Beyoncé en Jay-Z op de tribunes en door basketballegende Michael Jordan ontworpen shirts en trainingspakken die worden gedragen tot in Utrecht en Ulvenhout, en aan de andere kant handig inspelen op het sentiment met spelers als Timothy Weah (de zoon van) en Gianluigi Buffon.
Het bracht PSG de alleenheerschappij in Frankrijk (vijf titels in de laatste zes jaar), maar het beoogd topstuk van de collectie (de Champions League-titel) begint zo langzamerhand een obsessie te worden.


Stadioncapaciteit: 47.929
24 Rue du Commandant, Guilbaud, Parijs
www.psg.fr

Los van de topwedstrijden is het niet zo ingewikkeld om een kaartje te bemachtigen voor Paris Saint-Germain, mede dankzij een TicketSwap-achtige tweedehandsmarkt die de club zelf faciliteert via zijn website. Seizoenkaarthouders die verhinderd zijn, kunnen er nog wat terugverdienen, terwijl de club lege plekken in het stadion voorkomt en jij niet de zwarte markt op hoeft. Win-win-win dus. Fijne wedstrijd!

Nieuw elan
STAMMENSTRIJD OP DE TRIBUNES

Wie tegenwoordig PSG bezoekt, gaat een zorgeloze voetbalmiddag of
-avond tegemoet.Dat was nog maar tien jaar geleden wel anders, toen rivaliserende supportersgroepen elkaar, gevoed door politieke motieven, letterlijk de tent uit vochten.
Toenmalig keeper Grégory Coupet liet zich destijds zelfs ontvallen dat het Parc des Princes geen plek is om je kinderen mee naartoe te nemen.
Toen in 2010 bij een zoveelste gevecht een supporter omkwam, werden de tribunes rücksichtslos leegeveegd en van fanatieke supporters ontdaan.
Een van die groeperingen verkaste prompt naar het Stade Charléty, waar de vrouwentak van PSG speelt, maar is na jaren van discussies en beloftes sinds 2016 weer welkom in het Parc de Princes. Met de terugkeer van de fanatieke fans, verzameld onder de naam Collectif Ultras Paris, kreeg het stadion zowaar wat van zijn oude ziel terug. Bezoek vandaag de dag een wedstrijd van PSG en je zult je erover verbazen: ja, ook hier stikt het van de toeristen en dagjesmensen, maar anders dan bij Barcelona of Real Madrid valt het zelden stil.

Matchday
WANDELINGETJE, MUSEUMPJE, BIERTJE

Verblijf je in de buurt van het Parc des Princes, begin dan de dag met een wandeling door Bois de Boulogne, Parijs' bekendste stadspark en tweeënhalf keer zo groot als Central Park in New York. Trek daarna richting centrum en bezoek een van de vele musea (wie weet tref je er PSG-back Thomas Meunier) of eet wat bij het fijne Baskische restaurant Chez Gladines (30 Rue des 5 Diamants). Neem op tijd de metro terug naar het Parc des Princes (lijn 9), stap uit bij halte Porte de Saint-Cloud en je botst vanzelf op café annex restaurant Aux Trois Obus, al decennialang de plek waar tout voetbalminnend  Parijs samenkomt. Santé!

Local legend

Na zijn vertrek bij Barcelona hoopte Neymar in Parijs uit de schaduw te stappen van Messi, maar de Braziliaanse showman dreigt bij PSG te worden overvleugeld door Kylian Mbappé. De watervlugge aanvaller uit de Parijse voorstad Bondy is nu al zo goed (en snel), dat hij amper tiener af het predicaat wonderkind eigenlijk al is ontgroeid.

RC Lens

Stade Bollaert-Delelis

Bloed en goud
ONVERSNEDEN CLUBLIEFDE

Als je wel van een kleine logistieke uitdaging houdt, moet je eens proberen om in één weekend zowel Paris Saint-Germain als RC Lens mee te pikken. Geloof ons: een groter contrast ga je niet vinden. Niet qua decor (de pracht en praal van Parijs versus het onooglijke mijnwerkersstadje Lens) en evenmin qua karakter (het kosmopolitische PSG versus volksclub Lens).
Ook qua voetbal is het verschil levensgroot, met de hemelbestormers van PSG tegenover het naar Ligue 2 afgezakte Lens, maar dat maakt het er niet minder leuk op. Integendeel, RC Lens lééft, met misschien wel als beste bewijs dat de gevallen topclub (landskampioen in 1998) qua toeschouwersaantallen nog altijd de vijfde van het land is. Stel je daarbij een Engels aandoend stadion voor - lelijk van buiten, zinderend van binnen, met tribunes kort op het veld en bevolkt door een bloedfanatieke aanhang - en het maakt 'Sang et or' ('Bloed en goud') tot eenheerlijke rechttoe rechtaan bestemming: voetbal zoals het ooit was en hier dus nog steeds is.

Zorg trouwens dat je op tijd bij het stadion bent. Allereerst - let op: fascinerend feitje! - omdat in het stadion van Lens meer mensen passen dan er in de stad wonen (38.058 tegenover 30.413) en er logischerwijs dus nogal wat supporters uit de regio komen, wat zorgt voor een verkeersstroom waarop het kleine stadje niet echt is berekend. Daarbij wil je voor aanvang zeker nog even bij het stadion rondstruinen, waar de Lensois hun biertjes drinken, zich verdringen voor de friterieën (Momo is razendpopulair sinds de komediefilm Bienvenue chez les Ch'tis, een kaskraker over het noorden van Frankrijk) of zelf merguez-worstjes braden op de barbecue.
En o ja, we zouden het bijna vergeten, maar er is zowaar ook nog een overeenkomst tussen Parijs en Lens: beide steden beschikken namelijk over een Louvre, sinds het Parijse instituut in 2012 een dependance opende in Lens. Verwacht eenzelfde soort collectie als in Parijs, maar dan zonder de ellenlange rijen, een lagere selfiestickdichtheid en een pak minder keuzestress. Zoals het Spaanse Bilbao een enorme boost kreeg toen het Guggenheimer neerstreek, hoopt het lelijke eendje van Frankrijk nu de vruchten te plukken van het mini-Louvre. Of dat lukt?
Geen idee, maar wie weet trek je die niet-zo-voetbalminnende wederhelft van je er wel mee over de streep.


Stadioncapaciteit: 38.058
33 Rue Arthur Lamendin, Lens
www.rclens.fr

Wil je snel vrienden maken, leer dan Les Corons van local hero Pierre Bachelet uit je hoofd. Deze chanson over het mijnwerkersbestaan in dit deel van Frankrijk geldt als het officieuze clublied.

Local legend

Loop van het Louvre naar het stadion (of andersom) en je belandt vanzelf op de Allée Marc-Vivien Foé, een pad vernoemd naar de beklagenswaardige Kameroense middenvelder die in 2003 tijdens een interland tegen Colombia overleed aan hartfalen. Foé droeg van 1994 tot 1999 het shirt van RC Lens en was onderdeel van de ploeg die in 1998 de enige landstitel uit de clubhistorie behaalde.

Red Star FC

Stade de Paris

Overdosis karakter
STIEKEM HOPEN OP DEGRADATIE

Red Star FC heeft eigenlijk alles wat een club karakter geeft: een atypisch stadion (met de beste plekken voor de bewoners van de aangrenzende flat), een supporterskroeg op kruipafstand van het stadion (l'Olympic de Saint-Ouen, pal tegenover de hoofdingang), een cultsponsor (jongerenplatform VICE), een eigenzinnige voorzitter (filmproducent Patrice Haddad) en een lekker anarchistisch karakter (volgens de overlevering verstopte het lokale verzet hier tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn wapens).
Er is alleen één, niet te onderschatten 'maar': dat thuis, in de volksmond 'Stade Bauer' geheten, voldoet niet aan de veiligheidseisen van de Franse voetbalbond, waardoor Red Star sinds het onlangs weer is opgeklommen naar Ligue 2 zijn thuiswedstrijden zo'n tachtig kilometer verderop speelt, in het vrij zielloze Beauvais.
Voetbaltriptechnisch zou je stiekem hopen op degradatie. Tot die tijd luidt ons advies: neem alsnog een kijkje bij dit heerlijke stukje voetbalerfgoed (met metrolijn 13 op nog geen kwartier van de Champ-Élysées, uitstappen bij halte Garibaldi). Drink een biertje bij l'Olympic, pik een wedstrijdje mee van de jeugd (die speelt er namelijk nog wel), of als je echt brutaal bent: bel eens aan bij dat flatgebouw voor een skybox zoals je 'm nog niet eerder zag.

Stadioncapaciteit: 10.000
92 Rue du Dr Bauer, Saint-Ouen
www.redstar.fr

Leuk voorafje en mooi lokkertje voor je wederhelft: in Saint-Ouen wordt iedere week van zaterdag tot maandag de grootste vlooienmarkt ter wereld gehouden, op slechts een paar honderd meter van Stade Bauer.

Gisteren, vandaag en morgen 
RED STAR BLIJFT WAAR HET IS

Madrid heeft Rayo Vallecano, Hamburg heeft Sankt-Pauli en Parijs heeft Red Star; volksclubs met een rafelrandje en een links georiënteerde aanhang die zich door niets of niemand de les laat lezen. Plannen voor de noodzakelijke opvolger van het 109 jaar oude Stade Bauer worden door de hipsters, ultra's en locals van Red Star dan ook met argusogen bekeken. Voor een verhuizing werd al een stokje gestoken; de supporters willen dat Red Star blijft waar het is, en dus blijft het ook waar het is. Power to the people. Nu het ontwerp nog. Tegen 2023 moet het geheel klaar zijn, dus wil je het oude Stade Bauer nog zien, wacht dan niet te lang.

Voetballer annex verzetsheld
DOOD, MAAR NIET VERGETEN

Red Star-voetballer Rino Della Negra verdiende zijn sporen vooral als verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog. De zoon van Italiaanse immigranten betaalde daarvoor de hoogste prijs (Della Negra werd in 1944 gefusilleerd) en vroeg in een afscheidsbrief aan zijn broer om zijn makkers van Rode Ster "hallo en vaarwel" te zeggen. Vergeten zijn ze hem niet, bij Red Star: vlak naast de hoofdingang van Stade Bauer is een plaquette voor hem opgehangen, een van de tribunes is naar hem vernoemd en nog steeds scanderen de Red Star-supporters bij iedere wedstrijd zijn naam.

Wil je toch een potje van Red Star meepikken, reserveer dan via de website een plekje in de bussen die bij thuisduels pendelen tussen Stade Bauer en Stade Pierre Brisson in Beauvais. Kost je een tientje. Reken niet op al te veel medestanders; Red Star fans zijn nogal gehecht aan hun Stade Bauer.

Amiens SC

Stade de la Licorne

Uniek in zijn soort
IN DE GEEST VAN JULES VERNE

Amiens is een niet al te groot, best fotogeniek studentenstadje, vooral bekend door schrijver Jules Verne, de sciencefictiongodfather die er lang heeft gewoond (en er tegenwoordig op een begraafplaats ligt waar je beslist even langs moet lopen als je houdt van kinky grafstenen), de Tour de France die er eens in de zoveel jaar passeert en een immense kathedraal die uiteráárd de Notre-Dame heet.
Onder voetballiefhebbers is het wat minder bekend en dat is eigenlijk niet helemaal terecht. Stade de la Licorne, gevormd door vier enorme plexiglasachtige kappen is er namelijk eentje dat qua sciencefictiongehalte prima in de verhalen van Verne zou passen. Haal een kaartje aan het loket (uitverkocht is het zelden) en verwonder je erover hoe klein je je kunt voelen in een in principe helemaal niet zo groot stadion (12.097 plekken). Of dat mooi is, moet je vooral zelf bepalen; bijzonder is het in elk geval wel.
Pluspunt: bespeler Amiens SC - stokoud, maar tot dusver weinig succesvol - speelt sinds 2017 in de Ligue 1, wat de kansen op goed voetbal exponentieel heeft doen toenemen.

Stadioncapaciteit: 12.097
25 Rue du Chapître, Amiens
www.amiensfootball.com

Off the pitch

Tussenstop
IN FLANDERS FIELDS

Ga je met de auto, vertrek dan extra vroeg en maak een tussenstop in het Belgische Ieper, vlak bij de Franse grens. Niet alleen breekt het de rit, bovenal is het dé plek om meer te weten te komen over de in ons land nogal onderbelichte Eerste Wereldoorlog, in veel landen niet voor niets nog steeds de Grote Oorlog geheten. Loop langs de Menenpoort, die de namen draagt van 54.896 (!) vermiste soldaten, en bezoek er het sensationeel goede In Flanders Fields Museum, gelegen in het hart van de stad waarvan in 1918 nog amper een steen overeind stond. Heb je genoeg tijd, trek dan het niemandsland rondom Ieper in en bezoek ook de loopgraven en de ontelbare begraafplaatsen. Lest we forget.

Ontelbare trapveldjes
WAAR WERELDKAMPIOENEN OPGROEIEN

Je zou Parijs best de kraamkamer van de wereldkampioen kunnen noemen, met liefst acht van de 23 spelers die in 2018 met Frankrijk het WK wonnen afkomstig uit (de voorsteden van) Parijs. Van Mbappé tot Pogba, voetballen leerden ze praktisch allemaal op de talloze trapveldjes die de agglomeratie rijk is. Voor wie het zelf eens wil proberen: vlak bij het Stade de France, ter hoogte van 234 Avenue du Président Wilson, ligt een mooi exemplaar, onlangs geopend door Zinédine Zidane en opgetuigd in de stijl van het iconische adidas-shirt waarin hij Frankrijk in 1998 naar de wereldtitel leidde. Wil je je onderdompelen in de Franse pleintjescultuur zonder jezelf in het zweet te werken, bekijk dan de documentaire Ballon sur Bitume op YouTube of Netflix.

Street art
SPOT EEN BANKSKY

Maak in Parijs vooral het clichérondje langs de Eiffeltoren, Arc de Triomphe en Place de la Concorde - dat verveelt namelijk nooit. Maar vergeet zeker ook niet om even de street art te checken. De alomtegenwoordige graffiti maakt van Parijs, toch al niet de minste op kunstzinnig gebied, één groot, continu veranderend openluchtmuseum. Ga naar Rue du Chevaleret (metrohalte Bibliothèque Francois Mitterand) of de Rue Oberkampf (ter hoogte van nummer 107 verschijnt iedere twee weken een nieuw werk), of ga op zoek naar een Banksy (tip: Google).

GOUDEN TIP

Frank Evenblij

" 'Ga nou léven, word niet búrgerlijk, lift naar Parijs!' Dat zei Youp van 't Hek vaak, dus toen ik hem interviewde voor de serie Evenblij met... zijn we ook naar Parijs gegaan. Gegeten in brasserie Lipp, midden in Saint-Germain. Begin negentiende-eeuwse aankleding, obers die nog echt óbers zijn en een kaart vol oud-Franse kroonjuwelen als Bismarckharing, kabeljauwbrandade en steak tartare. Wij namen de steak tartare gelardeerd met eieren, tabasco en zuurkool - zó ongezond, maar zó lekker. Ga daarna koffie en pastis drinken op het waanzinnige terras van Les Deux Magots en neem tot slot de taxi om naar al die belachelijk dure voetballers te kijken. Dát is leven."

Vrienden van VanBastisch